VERLICHT? … EN DAN? …                                          door Guus Werdmüller von Elgg

Hij was een intrigerende man. Wist ook al vrij snel de mensen om zich heen het gevoel te geven dat ze veel van hem zouden kunnen leren. Je zou bovendien kunnen zeggen dat Jaap een man was met charisma. En niet zo’n klein beetje ook.

Bij toeval was ik een paar jaar geleden in contact met hem gekomen op een receptie waar ik John ontmoette, een kennis van me. De laatste stelde hem aan mij voor als een goede vriend waar hij veel aan zou hebben gehad in de afgelopen jaren direct na zijn scheiding. Het was vooral de manier waarop hij over Jaap sprak, waar ik de kriebels van kreeg. Er klonk adoratie uit, waar Jaap overigens zichtbaar van genoot. Voor mij was het in ieder geval voldoende reden om me hier zo snel mogelijk van los te maken en op zoek te gaan naar andere bekenden. Ik kan me van die avond niet veel meer  herinneren, behalve dan dat het me opviel dat er zich al vrij snel een groep mensen om Jaap heen vormde die hem klaarblijkelijk al langer kende. Dat was duidelijk te merken aan de manier waarop hij door hen werd aangesproken en de rol die hij hierin vervulde.

Ik heb na die avond niets meer van John vernomen tot ik een paar maanden geleden bij toeval weer tegen hem aanliep en we aan de praat kwamen. John is een man van weinig woorden, die zich aan het eind van de dag het liefst met een goed boek alleen terugtrekt. Sinds zijn scheiding woont hij alleen en voor mij is hij het voorbeeld van de saaie ambtenaar. Eén die zich zelf heeft aangeleerd om vooral niet buiten de aangegeven lijntjes te kijken, elke beslissing baseert op zekerheid en vanaf jonge leeftijd al vrijwel dagelijks bezig is met zijn oudedagsreserve en pensioenvoorziening.

De eerste keer dat ik hem ontmoette, kon ik met opperste verbazing naar hem luisteren als hij sprak over al die  zaken die hij als zekerheid in het leven aannam. Zijn baan was er zo een; gekozen voor het leven. En ten aanzien van zijn huwelijk gold hetzelfde. Het idee alleen al dat daar ooit verandering in zou kunnen komen doordat bijvoorbeeld één van hen op de ander zou kunnen zijn uitgekeken, was een gedachte die niet eens in hem opkwam. Laat staan dat een gesprek over de andere onzekerheden van het leven, zoals een blijvende gezondheid, toen kans van slagen zou hebben gehad. Dat was ook één van de voornaamste redenen dat het contact tussen ons nooit enige diepgang had gekend. Door wederzijdse kennissen kwamen we elkaar zo nu en dan bij toeval tegen. Meer was het nooit geworden. De John die ik na al die jaren weer ontmoette was een andere John. Meer gedreven en enthousiast. Voor het eerst ook toonde hij een welgemeende interesse in mij. Vroeg hoe het zakelijk ging en of ik het geven van cursussen nog steeds leuk vond. Ik moest hier even aan wennen, omdat dit nieuw voor mij was en ik naar hem toe nog niet eerder zoveel persoonlijke feiten had geuit. Het moment dat ik het onderwerp veranderde en hem naar zijn persoonlijke situatie vroeg, toonde hij voor het eerst ook het enthousiasme om daarover te praten. John was, zo vertelde hij mij, op weg naar iemand die hij beschreef als een verlicht persoon. En het moment dat John het  woord “verlicht” uitsprak zag ik zijn ogen tintelen. Omdat ik toch wel heel nieuwsgierig was naar de ervaringen van John op dit gebied, dit vanuit mij eigen “aardse” manier van denken, liet ik hem in zijn enthousiasme verdergaan. Ik begreep al gauw dat dat “verlicht” zijn toch wel iets bijzonders moest zijn. Mensen die verlicht zijn onderscheiden zich, aldus John, van ons “gewone” mensen doordat ze als het ware een allesomvattende kennis hebben van het leven. Verbinding hebben met “het licht”, het “kosmische weten”, dat geen beperkingen kent. Verlichte personen zouden volgens hem kunnen worden beschouwd als een soort van vertegenwoordigers van de lichtwereld, voorboden die tot taak hebben om ons, gewone stervelingen, naar behoefte een eindje op weg te helpen binnen het aardse bestaan. John was al geruime tijd geleden met deze verlichte persoon in aanraking gekomen, vertelde hij, en naarmate wij verder spraken over de ervaringen van John op dit gebied kwam ik er achter dat John doelde op de persoon die ik een aantal jaren geleden op de receptie was tegengekomen en die door hem aan mij was voorgesteld als Jaap.

Nu ben ik zelf iemand die er niet van houdt om anderen op een voetstuk te plaatsen. Zeker niet als daar ook een bepaalde vorm van afhankelijkheid mee gepaard gaat. En vooral dat laatste, het gevoel afhankelijk te zijn, proefde ik enigszins in de manier waarop John over Jaap sprak. Een houding die ik ook de bewuste avond van de receptie had gevoeld en die voor mij toen aanleiding vormde om meteen afstand te nemen. Omdat ik inmiddels toch wel nieuwsgierig was geworden en John dat aan me merkte, besloot ik op uitnodiging van hem de week daarop naar één van de bijeenkomsten te gaan die regelmatig door Jaap in zijn woonhuis werden georganiseerd.

Het moment dat ik daar binnenkwam herkende ik hem meteen. De charismatische uitstraling die ik me van jaren geleden nog kon herinneren had inmiddels nog vastere vorm aangenomen. Hier was duidelijk sprake van groei, dat kon niet anders. Maar er was nog iets veranderd in hem, merkte ik op. Jaap straalde nu ook een wijsheid uit alsof het leven voor hem geen vraagtekens meer opriep. Ik moest dan ook ogenblikkelijk aan de definitie van “verlicht zijn” denken, zoals John die mij had uiteen gezet. Ook nu weer was duidelijk te merken hoe zeer Jaap genoot van de aandacht die al vrij snel volledig naar hem toeging. In zijn optreden naar buiten werd hij in ieder geval nog steeds niet gehinderd door enige vorm van bescheidenheid. Ik had de avond van de receptie waarschijnlijk geen indruk op hem gemaakt, want van enige herkenning van zijn kant was geen sprake. Dit ondanks de persoonlijke introductie die daaraan vooraf was gegaan. Gedurende vrijwel de hele avond dat Jaap aan het woord was en op vragen inging die hem werden gesteld, hingen de aanwezigen als het ware aan zijn lippen. Voorafgaand aan de vragenronde had Jaap eerst een hoofdstuk uit zijn onlangs verschenen boek voorgelezen. Een boek waarin hij vertelde over zijn bijzondere spirituele ervaringen, doorspekt met levensadviezen. Het boek was echt een “must”, wisten sommige aanwezigen mij te vertellen. En een enkeling durfde me zelfs toe te vertrouwen dat ze het geschrift als een leidraad voor haar leven beschouwde, een soort bijbel. Welke opmerking bij mij spontaan afgrijzen naar boven bracht. Omdat ik zo langzamerhand benieuwd was geworden naar de persoon achter Jaap, bleef ik aan het eind van de avond nog even hangen tot ik nog maar alleen met Jaap over was. John was inmiddels ook al naar huis vertrokken. De structuur in zijn leven liet hem geen ruimte om deze avond nog langer te blijven. Gelukkig maar, achteraf gezien.

Het was me eerder die avond tijdens de vragenronde opgevallen dat een specifieke vraag uit het publiek over zijn privé-leven Jaap zichtbaar uit zijn evenwicht had gebracht. Hij had zich ongemakkelijk gevoeld bij die vraag en had zich er enigszins geïrriteerd van afgemaakt. Maar de toon in zijn stem had mij ogenblikkelijk het gevoel gegeven dat er iets niet klopte in de manier waarop deze man zich voordeed. Ik nam mij voor om in een persoonlijk gesprek met hem hier meer duidelijkheid over te krijgen. Iets in mijn benadering naar hem toe moet hem hebben aangesproken. Misschien was het alleen het feit dat hij zich even bevrijd voelde van al de bewonderende en verwachtingsvolle blikken van zijn aanhangers. Want er ontstond al vrij snel een geanimeerd gesprek waarin Jaap zich voor het eerst in mijn waarneming vrij kwetsbaar opstelde. En toen kwamen ook duidelijk de menselijke kanten van Jaap naar boven. Zijn onzekerheid op onderdelen van het leven. Zijn angsten om niet aardig gevonden te worden en zijn constante roep om bevestiging. En naarmate het gesprek zich verder ontwikkelde, vertelde hij me in alle openheid ook over zijn ervaringen uit een eerdere relatie. Hoe daar een kind uit was geboren, waar hij tot op de dag van vandaag geen verantwoordelijkheid voor had genomen. Zijn verlangen om zich te onttrekken aan zijn aardse verplichtingen had hem, waarschijnlijk onbewust, naar de rol van alwetend leider gedreven. Een positie die hem status gaf en de nodige bevestiging opleverde. Jaap had op deze wijze een eigen wereldje gecreëerd, waarin hij de mogelijkheid vond om in theorie datgene uit te dragen wat hem in de praktijk zo moeilijk lag en waarin hij in het verleden al zo vaak had gefaald. En hoe verder het gesprek verliep, hoe duidelijker het voor mij werd  dat Jaap twee gezichten had. De Jaap van vanavond was de wijze persoon, die door sommigen als verlicht werd gezien en waar ik zelf geen goed gevoel bij had.

Met de kwetsbare Jaap had ik zojuist voor het eerst kennis gemaakt. De angst en onzekerheid die Jaap voelde op het moment dat hij met die andere “ik” van hem werd geconfronteerd, was nu duidelijk in zijn houding waarneembaar. Aan het eind van ons gesprek voelde ik ook opluchting bij Jaap. Voor hem was het klaarblijkelijk toch een bevrijding geweest om nu eens in volledige openheid te kunnen praten over zaken die hij al geruime tijd van zich af had geschoven. Maar tegelijkertijd zag ik ook de wanhoop in zijn ogen, omdat het onder ogen zien van deze feiten het hem moeilijk zou maken om op de huidige voet met zijn werk door te gaan. Als hij ook maar iets van die twijfel in zijn leven zou toelaten, zou hij de mensen niet meer die zekerheid kunnen geven waar ze naar op zoek waren.

Mijn ontmoeting met Jaap had mij nog eens doen inzien dat veel leiders in onze maatschappij of waar ook ter wereld, die zich als verlicht presenteren, gewone mensen zijn met hun sterke en zwakke eigenschappen. En dat de zekerheid die andere mensen trachten te vinden door achter hen aan te lopen slechts een schijnzekerheid oplevert.