Artikel overgenomen uit het blad Ode (nr. 61). Ik kon het niet laten omdat het zo'n weergaloos beeld geeft van wat de Ki uit Reiki en Ki-Aikido voor ons betekent. Eindelijk erkenning?? Ik weet het niet, en daar zochten we ook niet naar. Meer een ondersteuning van onze ervaring en inzichten over die krachtige en verbindende energie, die we tot nu toe maar mondjesmaat toepassen. The sky is the limit. Veel leesplezier!
Shireen Strooker staat roerloos in het
midden van een groot weiland. Om haar heen staan zeshonderd mensen. Het
schitterende landschap onder de rook van de machtige vulkaan Mount Rainier in
het uiterste noordwesten van de Verenigde Staten is voor haar onzichtbaar.
Shireen is geblinddoekt, evenals al die anderen in het weiland. Die ochtend
hebben ze allemaal een tekening gemaakt. De honderden tekeningen hangen nu op
het hek langs het weiland. De opdracht: vind geblinddoekt je eigen tekening.
Shireen doet een meditatieoefening, haalt haar tekening voor de geest en denkt:
‘Ik ben de maker van de tekening en de toeschouwer, ik moet alleen maar één
worden met de tekening, dan trekt die mij vanzelf naar zich toe.’ Dan loopt ze,
zonder tegen iemand op te botsen, dwars over het veld en… haalt in één keer haar
tekening tussen de zeshonderd anderen vandaan.
Toeval? Puur geluk? Je zou het denken. Maar die ochtend is Shireen niet de enige
die deze onwaarschijnlijke prestatie verricht. De resultaten van deze oefening
van de leerlingen van de Ramtha’s School of Enlightenment verslaan de wetten van
de empirische kansberekening. Kennelijk is de mens in staat op een ontastbare
wijze met materie te ‘communiceren’. Het lesprogramma van deze bijzondere school
wil bewijzen dat verschijnselen als telepathie en helderziendheid geen
mysterieuze fenomenen zijn, maar gaven die elk mens bezit en kan ontwikkelen. Er
is meer tussen hemel en aarde dan wij kunnen vastpakken, luidt de ongeschreven
slogan van het curriculum van Ramtha’s school.
Er zijn meer scholen en stromingen die deze boodschap de afgelopen decennia
hebben verkondigd. Sterker nog: de nieuwe tijdsbeweging is op dit uitgangspunt
gegrondvest. Maar het boeiende is dat de harde wetenschap van de moderne
natuurkunde bewijzen begint aan te dragen voor het bestaan van een alomvattend
energieveld, dat een verklaring zou kunnen bieden voor het wonder van een
geblinddoekte vrouw die haar eigen tekening te midden van zeshonderd andere
vindt.
Onderzoeksjournaliste Lynne McTaggart geeft in haar boek The
Field (HarperCollins, 2001) een overzicht van recente wetenschappelijke
ontdekkingen die aantonen, dat er een allesomvattend energieveld bestaat dat
mens en materie met elkaar verbindt. Op zoek naar het hart van de materie – naar
het allerkleinste deeltje – ontdekken natuurkundigen de bijzondere eigenschappen
en mogelijkheden van dit veld. Het zogenaamde Zero Point Field – zo genoemd
omdat er bij het absolute nulpunt nog steeds energie meetbaar is – lijkt de
verklaring aan te dragen voor talrijke bekende verschijnselen en processen die
de wetenschap tot dusver voor raadselen stelde. Van zwaartekracht tot
elektromagnetisme en van de spontane genezing van een wond tot helderziendheid
en telepathie: het zijn allemaal verschijnselen die hun oorsprong vinden in dit
kwantumveld.
McTaggart schrijft: ‘Onderzoekers ontdekken dat het Zero Point Field de
blauwdruk bevat van ons bestaan. Alles en iedereen is met elkaar verbonden door
middel van dit veld waarin alle informatie van alle tijden zou zijn opgeslagen.
Uiteindelijk kun je alles – van mensen tot materie – terugvoeren op een
verzameling van elektrische ladingen die voortdurend in contact staan met deze
oneindige zee van energie. Onze interactie met dit veld bepaalt wie wij zijn,
worden en waren. Het veld is de alfa en omega van ons bestaan.’
Een verbinding
tussen materie en geest staat haaks op de wetenschappelijke fundamenten waarop
de moderne samenleving is gegrondvest. Ons denken wordt immers nog steeds sterk
bepaald door het mechanistische wereldbeeld dat Isaac Newton in de zeventiende
eeuw introduceerde. Newton zag het universum als een machine met losse
onderdelen die een beperkte invloed op elkaar hebben. René Descartes voegde daar
nog eens zijn visie aan toe, dat de menselijke geest is afgescheiden van de
levensloze materie die we ‘lichaam’ noemen. In het denken van Newton en
Descartes draait de wereld gewoon door – of wij mensen er nu wel of niet zijn.
Wij doen er niet veel toe.
De evolutieleer van Darwin versterkte het beeld van de eenzame, afgescheiden
mens. Het ging om eten en gegeten worden. De mens bleek een evolutionair toeval
zonder bijzondere betekenis. Maar er bleven grote vragen: hoe begint het leven,
hoe werkt onze geest, waarom worden wij ziek, hoe ontwikkelt één cel zich tot
een volledig mens et cetera. Vele wetenschappers zochten antwoorden op deze
vragen in de religie, maar dat bracht hen in conflict met zichzelf. Hoe kun je
twee zo tegenstrijdige levensvisies binnen jezelf verenigen?
De eerste aanwijzingen voor een mogelijke brug tussen spiritualiteit en
wetenschap, voor het bestaan van een allesverbindend energieveld, kwamen –
opmerkelijk genoeg – uit natuurkundige ontdekkingen aan het begin van de vorige
eeuw. De Duitse natuurkundige Max Planck toonde in 1911 aan, dat er tussen de
atomen een energierijke ‘lege ruimte’ bestond. Maar omdat hij vaststelde dat dit
energieveld er altijd en overal is, beschouwde hij het als een constante zonder
invloed op het materiële bestaan.
Andere pioniers van de kwantumfysica ontdekten dat je de meest elementaire
bouwstenen van de materie eigenlijk niet eens ‘materie’ kunt noemen. Soms
gedroegen deze bouwstenen zich als deeltjes, dan weer als golven en soms als
beide tegelijk. In 1927 noemde Werner Heisenberg dit het ‘onzekerheidsprincipe’.
Subatomaire deeltjes bleken geen solide objecten te zijn, maar vibrerende
energiepakketjes die als losse onderdelen niet eens kunnen worden
gekwantificeerd of begrepen. Een grotere breuk met het Newtoniaanse denken was
nauwelijks denkbaar. Op dit elementaire niveau leek niets vast te staan, er was
slechts sprake van oneindig veel mogelijkheden.
Bovendien bleken deze deeltjes pas een specifieke vorm te krijgen als ze werden
geobserveerd door een toeschouwer. Aandacht van een mens deed een deeltje
‘bevriezen’. De onderzoekers kwamen tot de verbijsterende conclusie dat
bewustzijn werkelijkheid creëert en Einstein vroeg zich af of de maan eigenlijk
wel bestaat als we er niet naar kijken.
De natuurkundigen zagen ook dat deeltjes die ooit met elkaar verbonden waren
geweest – bijvoorbeeld binnen een molecuul – altijd en overal met elkaar
verbonden blijven en elkaar instant – dus sneller dan het licht – en over grote
afstand beïnvloeden. Dit zogenoemde ‘non-lokaliteitsverschijnsel’ wees erop dat
de dimensies tijd en ruimte elementair niveau niet zouden gelden. Einstein sprak
over ‘spookachtige verbindingen op afstand’.
Einstein en zijn tijdgenoten slaagden er niet in de nieuwe ontdekkingen van de
kwantumfysica te verenigen met de Newtoniaanse werkelijkheid die zij om zich
heen zagen en konden vastpakken. Hun oplossing was een wetenschappelijk
gedrocht: voor de wereld van de kleine deeltjes golden andere wetten dan voor de
wereld van de grotere materie. Tegelijkertijd zochten deze wetenschappers hun
toevlucht veelbetekenend tot spiritueel-religieuze teksten. Erwin Schrödinger
bestudeerde bijvoorbeeld het hindoeïsme, Heisenberg verdiepte zich in de
Platonische theorie van de oude Grieken en Niels Bohr wendde zich tot de tao en
Wolfgang Pauli tot de kabbala.
Wat een eeuw
geleden nog niet lukte, lijkt nu mogelijk. De theorie van het alomvattende Zero
Point Field zou wel eens de definitieve brug kunnen slaan tussen spiritualiteit
en wetenschap. Einstein kon het nog niet bewijzen, maar vermoedde het wel, toen
hij zei dat ‘het veld de enige realiteit is’. Zo kan het veld de verklaring
bieden voor de instant, ‘spookachtige’ informatieoverdracht tussen
kwantumdeeltjes. Uiteenlopende wetenschappelijke ontdekkingen wijzen in dezelfde
richting.
Bioloog Paul Pietsch van de universiteit van Indiana in de Verenigde Staten
wilde weten op welke plaats in de hersenen herinneringen worden opgeslagen.
Pietsch deed experimenten met salamanders. Eerst leerde hij ze bepaalde
gedragingen. Vervolgens takelde hij hun hersenen zodanig toe, dat hun
herinnering vernietigd zou moeten zijn. Hij maalde de hersenen onder meer in een
worstmolen en plaatste ze daarna terug in hun kop. Wat bleek? Na verloop van
tijd vertoonden de salamanders opnieuw het aangeleerde gedrag. Ofwel: de
hersenen waren kapot, maar de herinnering leefde voort. Pietsch concludeerde dat
herinnering geen lokaal fenomeen is, maar op de een of andere manier is
verbonden met iets – een energieveld? – buiten de salamanders waaruit zij hun
herinnering ‘ophalen’.
Neuro-anatoom Harold Burr van de universiteit van Yale ontdekte het veld op een
andere wijze. Hij onderzocht in de jaren veertig van de vorige eeuw lichtvelden
rondom levende organismen en ontdekte dat jonge salamanders een lichtveld om
zich heen hebben in de vorm van een volwassen salamander. Deze ‘blauwdruk’
blijkt zelfs rondom een onbevrucht ei al aanwezig. Ook bij zaadjes van planten
zag Burr lichtvelden in de vorm van de volwassen plant. Deze velden kunnen
verklaren waarom je bij salamanders een poot, een kaak of zelfs de lens van het
oog kunt amputeren en dat dit lichaamsdeel vervolgens weer aangroeit.
Salamanders hebben mogelijk een opmerkelijk sterke verbinding met het hen
omringende energieveld, maar het verschijnsel is ook bij mensen niet onbekend.
Mensen bij wie lichaamsdelen zijn geamputeerd, kunnen soms nog de (fantoom)pijn
in het geamputeerde lichaamsdeel voelen. Ook het werk van Burr wijst erop dat
lichamen – materie – zijn verbonden met een omhullend energieveld.
En waar halen
helderzienden hun kennis vandaan? Dat vroeg natuurkundige Hall Puthoff van de
universiteit van Stanford in de Verenigde Staten zich af. Hij deed verschillende
experimenten met twee helderzienden waarbij hij hen de coördinaten van een
plaats op aarde gaf waar zij nog nooit waren geweest. De helderzienden bleken
onafhankelijk van elkaar in staat de plekken tot in detail te beschrijven. Om te
zien hoe ver hun helderziendheid reikte, vroeg Puthoff hen ook de planeet
Jupiter te beschrijven voordat de ruimteverkenner Pioneer 10 van Nasa de planeet
in kaart zou brengen. Enigszins gegeneerd meldde helderziende Ingo Swann dat hij
een ring om de planeet had gezien. ‘Misschien’, zei hij tegen Puthoff, ‘heb ik
mijn aandacht per ongeluk op Saturnus gericht.’ Niemand nam de tekening serieus,
totdat de Nasa enige tijd later onthulde dat beelden van de ruimteverkenner
hadden aangetoond, dat Jupiter inderdaad een ring had.
Inmiddels was de CIA geïnteresseerd geraakt in de bijzondere resultaten van
Puthoffs onderzoek, dat wellicht ook voor spionagedoeleinden kon worden
gebruikt. Bij wijze van experiment werd CIA-agent Christopher Green met een
vliegtuigje de lucht ingestuurd. In zijn binnenzak had hij een briefje met
daarop drie getallen. Geen probleem voor helderziende Pat Price, die de getallen
feilloos – en in de juiste volgorde – kon opsommen. Hij had zich alleen wat
misselijk gevoeld. Later bleek dat Green een turbulente vlucht had gehad.
Vervolgens deed Puthoff experimenten waarbij hij mensen op reis stuurde naar
willekeurige coördinaten op de aarde en hen vroeg om die locatie in een
kwartiertje met een camera vast te leggen. Ook moesten ze een meegegeven
vragenlijst invullen. In vrijwel alle gevallen wisten de helderzienden de
locaties aan de hand van de gegeven coördinaten duidelijk te beschrijven.
Puthoff ging nog een stap verder. Hij vroeg de helderzienden de locatie te
beschrijven vóórdat de reizigers ter plekke arriveerden. Ook dat lukte. De
helderzienden bleken in staat de bestemming te beschrijven, een half uur tot
vijf dagen vóórdat de reiziger arriveerde. Puthoff concludeerde daaruit dat tijd
en ruimte op het niveau van het Zero Point Field niet bestaan. De informatie is
kennelijk al beschikbaar vóórdat de feitelijke handelingen plaatshebben. In
totaal deed Puthoff 336 vergelijkbare experimenten, waarbij het voor de
helderzienden vrijwel niets uitmaakte of de reizigers al wel of nog niet op de
locatie waren geweest.
Natuurkundige Helmut Schmidt deed een ander opmerkelijk
experiment waaruit de tijdloosheid van het energieveld blijkt. Hij zette zijn
proefpersonen een koptelefoon op hun hoofd en liet hen via een machine bliepjes
horen. De bliepjes waren willekeurig en gelijkmatig verdeeld over het linker- en
rechteroor. De opdracht aan de deelnemers was: zorg dat er meer bliepjes in één
van beide oren worden geproduceerd. In vrijwel alle gevallen slaagden de
proefpersonen daarin. Ofwel: mensen waren in staat – zonder direct tastbare
relatie – de machine te beïnvloeden. Ook Schmidt concludeerde dat er kennelijk
een veld bestaat dat mens en machine verbindt.
Zijn volgende experiment onderstreepte dat nog eens op haast bizarre wijze. Hij
gaf een proefpersoon een tape met bliepjes mee naar huis met de opdracht de
opnamen op de tape te beïnvloeden en meer bliepjes naar het linkeroor te sturen.
Schmidt maakte voor zichzelf een kopie van de tape. De volgende dag bleken de
bliepjes op de tape inderdaad ongelijkmatig in het voordeel van het linkeroor te
zijn verdeeld. Tot verbijstering van Schmidt bleek dat ook op de kopie het
geval, terwijl hij niet beter wist dan dat de machine – zoals gebruikelijk – de
bliepjes gelijkmatig over beide oren had verdeeld.
De enige mogelijke conclusie voor Schmidt was, dat de toekomstige intentie van
de proefpersoon reeds op het moment van opname zijn invloed had gehad. Zoals de
kleine salamander weet dat hij een grote salamander moet worden, zo weet de
proefpersoon van Schmidt al – voordat het hem feitelijk wordt gevraagd – dat hij
de opname van de bliepjes zal beïnvloeden. Verleden, heden en toekomst vloeien
in het energieveld kennelijk ineen.
Psychologe Ellen Langer van de universiteit van Harvard liet in een ander
experiment zien dat tijd een relatief begrip is. Een groep van mensen boven de
zeventig werd naar een afgelegen plek gebracht waar een omgeving was geschapen
die een exacte replica was van het jaar 1959. De meubels waren erop afgestemd,
ze kregen films uit 1959 te zien en zelfs de kranten en tijdschriften die ze
ontvingen, waren uit die tijd. Binnen een week was er in de feitelijke symptomen
van veroudering van deze groep mensen een ommekeer te zien. Hun vingergewrichten
werden beweeglijker en hun gezichtsvermogen werd beter. Omdat de deelnemers, zo
concludeerde Langer, dezelfde mentale informatie kregen als in 1959, begon hun
lichaam zich weer aan te passen aan de fysieke toestand van destijds. Een van de
mogelijke verklaring is dat de zeventigers contact maakten met hun eigen
energetische blauwdruk uit 1959, waarna het lichaam zich hiernaar voegde.
De Indiase arts en auteur Deepak Chopra formuleert het zo: ‘Tijd is afhankelijk
van onze gewaarwordingen. Het bestaan van de voortgaande beweging van de
lineaire tijd is in geen enkel experiment aangetoond en nooit in een wiskundige
formule beschreven. De ervaring van de voortgaande beweging van de lineaire tijd
is een verschijnsel dat is gecreëerd door ons zenuwstelsel. In feite bestaan
verleden, heden en toekomst tegelijk, naast elkaar, in een veld van oneindige
mogelijkheden. De ervaring van de lineaire tijd is de manier waarop de natuur
ons ervoor behoedt alles tegelijk te ervaren. Maar dat is wat er werkelijk
gebeurt.’ Einstein zei het nog kernachtiger: ‘Ruimte en tijd zijn niet
omstandigheden waarin wij leven, maar manieren waarop wij denken.’
In de resonantie met het veld bestaat er geen verschil tussen een herinnering en
een nieuwe ervaring. De hersenen halen ‘oude’ en ‘nieuwe’ informatie op dezelfde
manier op. Dit verklaart het gedrag van de salamanders. De hersenen waren
vrijwel vernietigd, maar de ‘herinnering’ was niet verloren gegaan; deze lag nog
opgeslagen in het veld. Ook intuïtie, helderziendheid, voorgevoelens, telepathie
en andere ‘onverklaarbare’ fenomenen worden begrijpelijk door het Zero Point
Field als opslagplaats van informatie te zien waarop elk mens op elk moment kan
afstemmen. Is dat wat Nostradamus deed toen hij de toekomst ‘zag’?
Een van de eerste wetenschappers die inzag dat het Zero Point Field wel eens de
ontbrekende schakel zou kunnen zijn voor ons begrip van het universum, was de
Hongaarse systeemdeskundige Ervin Laszlo. In zijn boek The Creative Cosmos uit
1993 schrijft hij dat het veld meer is dan een massa zinderende energie op de
achtergrond van ons bestaan. Volgens Laszlo is het Zero Point Field vooral ook
een informatiedrager. ‘Dit kwantumvacuüm is de oorsprong van geest en materie –
een blauwdruk van het universum. Zelfs onze eigen herinneringen liggen niet in
onze hersenen opgeslagen, maar liggen als holografische informatie opgeslagen in
het veld. Onze hersenen zijn vooral ontvangers en verwerkers van deze
informatie. Wanneer zij resoneren met bepaalde frequenties krijgen zij toegang
tot specifieke informatie.’
Bent u daar nog?
U heeft zojuist gelezen dat tijd niet bestaat en dat een mens een machine kan
beïnvloeden. En dat in een wereld waarin de computer vanwege zijn onbetwiste
rechtlijnigheid wordt geacht altijd gelijk te hebben. Toch gaat het hier nog
steeds over natuurkunde en over wetenschappelijke, verifieerbare experimenten.
Al deze experimenten en verschijnselen wijzen erop, dat de spookachtige
ontdekkingen van de kwantumfysica veel meer van invloed zijn op onze dagelijkse
werkelijkheid dan de pioniers van een eeuw geleden aanvankelijk dachten. Bestaat
het universum volgens de wetten van Newton nog wel? Blijkt de wereld niet een
dynamisch web waarin alles en iedereen met elkaar is verbonden? Betekent dat dat
mijn leven heel anders in elkaar zit dan ik dacht?
Mijn leven? Bestaat er wel zoiets als een ‘ik’, afgescheiden van zijn
omgeving?Wat betekent individualiteit nog als alles met elkaar is verbonden en
zelfs onze eigen herinneringen voor iedereen toegankelijk zijn? Om het nog
spannender te maken: die atomen die op allerlei wijzen met elkaar en met het
universum in contact staan, vormen zo nu en dan tijdelijk ons lichaam. Elke
zeven jaar zijn alle cellen in ons lichaam vernieuwd; geen atoom is meer
dezelfde. En wie weet met welke informatie die nieuwe atomen zich in ons lichaam
nestelen? ‘Individualiteit’, ‘ik’ en ‘mijn’ worden zo wel heel beperkte
begrippen. Niet de afgescheidenheid die wij dagelijks denken te ervaren, staat
centraal in ons leven, maar de alomvattende verbinding.
Deze wetenschappelijke ontdekkingen kunnen ook het merkwaardige verschijnsel
verklaren, dat mensen in een ziekenhuis sneller genezen als willekeurige mensen
op een willekeurige plaats in de wereld dagelijks voor hen bidden, zoals uit
onderzoeken is gebleken. En de verbondenheid van het Zero Point Field lijkt ook
te kunnen worden geconcludeerd dankzij het minstens zo bizarre fenomeen dat met
orgaantransplantaties bepaalde ‘herinneringen’ van de voormalige eigenaar van
het orgaan meegaan naar het nieuwe lichaam.
Als ik bid voor mensen worden ze beter. Het omgekeerde zal ook wel het geval
zijn. Ik besef dat het in mijn eigen belang is om mijn omgeving met zorg en
respect te behandelen. Op de een of andere manier dragen we allemaal de
verantwoordelijkheid voor het veld dat ons allen verbindt. En voor de
werkelijkheid die we met elkaar maken
De tweede betekenis van het Zero Point Field voor mijn leven is ten minste zo ingrijpend als het inzicht dat afgescheidenheid eigenlijk niet bestaat:
Ik maak mijn eigen werkelijkheid.
Zoals ik kennelijk een machine kan beïnvloeden, kan ik alle
materie om mij heen beïnvloeden. Sterker nog: ik doe niet anders, inclusief de
materie van mijn eigen lichaam. Als ik de werkelijkheid maak, dan is de wereld
niet zoals hij is, maar zoals ik dénk dat hij is. Mijn denken bepaalt de
werkelijkheid.
Toen arts en meervoudig karatekampioen Roy Martina op een feestje voor de grap
door een vriend van achteren werd aangevallen, was zijn natuurlijke reactie de
man in de houdgreep te nemen, waarop de vriend zijn vinger brak. Onder het motto
‘wat je breekt, zul je maken’ besloten zij een experiment te doen. Zij wisten
dat Aboriginals erin slagen breuken vrijwel instant te genezen. Martina: ‘Wij
dachten: als zij dat kunnen, kunnen wij het ook. Wij stemden af op het
“Aboriginalveld” en stuurden die energie naar de gebroken hand. Een paar dagen
later kon mijn vriend weer volleyballen. Op scans was geen breuk meer te zien.’
In zijn beroemde boek Think and Grow Rich uit 1937 laat Napoleon Hill zien, dat
succesvolle mensen hun succes vooral te danken hebben aan het feit, dat zij er
op het diepste niveau van overtuigd waren dat zij succes zouden hebben.
Succesvolle mensen, concludeert Hill, geloven heilig in hun doel en weten niet
beter dan dat zij dat zullen verwezenlijken. Door hun gerichte aandacht op dat
doel, materialiseert dat doel – zoals in natuurkundige experimenten alleen
deeltjes die aandacht krijgen zichtbaar worden.
De derde les van het veld voor mijn leven is dat in beginsel
alles kan.
Alle informatie is beschikbaar in het Zero Point Field. Het is mijn uitdaging –
en die van ons allemaal – om het mooiste eruit te halen. Het is zoals
Michelangelo het ooit zei over beeldhouwen: ‘Het beeld zit al in het marmer, ik
hoef het er alleen maar uit te halen.’ Ik ervaar soms hetzelfde als ik een
verhaal schrijf en woorden op mijn beeldscherm zie verschijnen waarvan ik me
nauwelijks bewust ben, dat ik ze heb bedacht. Ik haal zinnen, die ik niet bewust
ken of bedenk, zomaar ergens vandaan – uit het veld? Inspiratie heet dat. Maar
in feite is die ‘inspiratie’ geen onverklaarbaar verschijnsel meer, maar een
bewijsbaar natuurkundig fenomeen.
Mozart hoorde tijdens zijn bezoek aan de Sixtijnse Kapel in Rome het beroemde
stuk Miserere van Allegri. Dat stuk wordt slechts eenmaal per jaar ten gehore
gebracht – tijdens de Goede Week – om vervolgens weer voor een jaar achter slot
en grendel te verdwijnen. Mozart was in staat het werk – nadat hij het één keer
had gehoord – uit het hoofd te noteren, waarmee hij de geheimzinnige ban rondom
het werk doorbrak. Ervin Laszlo zegt daarover: ‘Mozart en andere componisten van
zijn kaliber waren niet alleen. Zij hadden toegang tot het veld en stonden op
die manier in contact met meesterwerken.’
Kunstenaars zijn eerder vertolkers en vertalers dan scheppers. Hun talent is
geen wonder, maar iets dat in beginsel iedereen kan leren. Het is een kwestie
van afstemmen op het veld.
Op een Grieks eiland zit Shireen Strooker met haar echtgenoot Bram Vermeulen op
het terras van een café aan een tafeltje in de zon. Midden op de tafel staat een
koffertje, zodat zij elkaar niet kunnen zien. Bram kijkt op een stuk papier dat
voor hem ligt en telt langzaam: ‘Een, twee, drie, vier…’. Bij iedere tel
schrijft Shireen een plus of een min op achter het cijfer op haar blaadje. De
verbaasde blikken van omstanders probeert ze te negeren om zich volledig te
concentreren op wat Bram haar ‘toezendt’: een plus of een min. Als het blaadje
vol is, draaien zij de rollen om. Zo proberen ze allebei een plus of een min
achter hetzelfde cijfer te krijgen.
In totaal doen zij dit spelletje die dag elf keer. Volgens de wetten van de
kansberekening zouden Bram en Shireen vijftig procent gelijke plussen en minnen
moeten scoren. Maar die dag is hun score voor zeventig procent gelijk. Ze weten
dat dat geen toeval is. Ze hebben vaker zulke resultaten bereikt. Bram en
Shireen weten dat je elkaar kunt bereiken, als je goed afstemt.
Wij zitten succesvolle afstemming echter vaak in de weg. Shireen: ‘Er bestaat
een duidelijk verschil tussen concentreren en afstemmen. Als ik me concentreer,
probeer ik met alle macht door middel van mijn denken iets te bereiken. Meestal
bereik je dan precies het tegenovergestelde. Wat wij “nadenken” noemen, is in
wezen vooral twijfelen. Je komt in allerlei emoties terecht – “ik kan het niet,
wat doe ik hier?” – en je bereikt je doel niet. Afstemmen betekent niet nadenken
en contact maken met de informatie die er al is. Je wordt één met die informatie
en resoneert ermee.’
Shireen vertelt over een andere oefening die ze een keer deed met een dikke
Amerikaan. Ze stonden tegenover elkaar en keken elkaar indringend aan.
Vervolgens liepen ze beiden naar de andere kant van een ruimte en Shireen kreeg
de opdracht op te vangen wat de man het liefst at. Haar eerste beeld was een
reep chocolade. Maar – gezien de postuur van de man – twijfelt ze: ‘Het zal wel
een hamburger zijn.’ Ze tekent een hamburger en loopt terug naar de man. Fout,
het blijkt een reep chocolade te zijn. Shireen: ‘Dat is wat ik bedoel met
nadenken.’
Kinderen zijn natuurtalenten in afstemmen. Het is opvallend hoe succesvol kleine
kinderen zijn in het tekeningenspel van Shireen waarmee dit verhaal begon. En ik
herinner me dat ik vroeger verstoppertje speelde met mijn kleine zusje. Ze telde
tot tien buiten de zitkamer, kwam binnen en liep in één rechte lijn naar mij toe
– achter welk gordijn of onder welke stoel ik me ook verstopte.
Dieren worden ook niet gehinderd door denken. De Britse biochemicus Rupert
Sheldrake beschrijft vele opmerkelijke verschijnselen. Een poes die alleen ‘de
telefoon opneemt’ – zij gooit met haar pootje de hoorn van de haak – wanneer
haar baasje opbelt en alle andere telefoontjes negeert. Of paarden die weigeren
verder te lopen op een pad waar even later een lawine naar beneden zou vallen.
Honden die – tevergeefs – proberen hun baas te beletten het huis te verlaten
waarna de baas een ernstig ongeluk zou krijgen. Ook zijn verhalen bekend van
dieren die de stad al hebben verlaten vóór een aardbeving.
Leren afstemmen op het Zero Point Field, maakt het mogelijk om bewust te creëren.
Toen ik destijds
een nieuw huis nodig had, creëerde ik een beeld van dat huis. Ik visualiseerde
een huis aan zee met bossen in de buurt, hoog, veel licht en betaalbaar.
Gedurende enkele weken gaf ik elke dag een moment aandacht aan die visualisatie,
waardoor het energetische beeld in het Zero Point Field werd verankerd. Het was
nog slechts een kwestie van tijd voor het zou materialiseren. Dat gebeurde twee
maanden later. Nu woon ik in het huis dat ik toen voor me zag. Met mijn
visualisatie stemde ik in feite af op het Zero Point Field. Door aandacht te
geven aan een beeld kon dat beeld – mijn huis – werkelijkheid worden. Precies
zoals de kleine deeltjes van de natuurkundigen zich dankzij aandacht
manifesteren.
Vroeger werden dromers uitgelachen door zelfbenoemde verstandige mensen die met
beide benen op de grond stonden. Inmiddels hebben de dromers de wetenschap aan
hun zijde gekregen. Dromen zijn het begin van werkelijkheid. De toekomst wordt
gemaakt door die toekomst te zien, door erop af te stemmen. In principe is alles
mogelijk.
De wetenschap draagt een werkelijkheid aan die mijn rationele geest maar
nauwelijks wil bevatten. Hoe kan een mens nu een machine beïnvloeden? Hoe kan
tijd niet bestaan? Hoe kan ik iets ontastbaars tastbaar maken? Maar ik wóón in
mijn huis en Shireen vónd haar tekening. De vertwijfeling zal te maken hebben
met de kwantumsprong die mijn rationele geest nu moet maken. Niet voor niets zei
natuurkundige Niels Bohr dat ‘iedereen die níet is geschokt door de
kwantumtheorie het niet heeft begrepen’.
Als Shireen op een avond thuiskomt, vindt zij een vergeelde
envelop van haar moeder met daarin kopieën van het in 1947 ontdekte evangelie
van Thomas. Hierin zegt Jezus tegen Thomas: ‘Ik ben niet uw Meester, maar u
heeft gedronken. U bent dronken van de bruisende bron waaruit ik heb geput en u
van te drinken geef.’ Voor Shireen is het duidelijk dat Jezus uit dezelfde bron
– uit hetzelfde veld – putte waaruit ook zij nu leert ‘drinken’.
Verlichte wijzen als Jezus doorzagen de schepping. Zij hadden de wetenschap niet
nodig voor hun ‘kennis’ van het Zero Point Field. Duizenden jaren later staan
wetenschap en spiritualiteit op het punt om samen te komen. De gevolgen en
mogelijkheden zijn immens. Het wonder van Jezus en andere verlichte denkers was
hun vermogen een betere wereld te zien en vorm te geven. Zij begrepen: als ik
een andere wereld wil, moet ik anders leren denken.
Of,
zoals Gandhi het zei: ‘Be the change you wish to see in the world.’
Wie
denkt dat alleen de Mahatma of Jezus dat kunnen, heeft nu het wetenschappelijke
bewijs van het tegendeel. Ieder van ons heeft het in zich. Ieder van ons is een
schepper. Ieder van ons kan de wereld veranderen. En dat hoeft geen eindeloos en
moeilijk proces te zijn – denk maar aan de botbreuken van de Aboriginals. Het
kan vandaag. Het kan nu. Wat is tijd?